Gij
zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede
zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten
geworpen, en van de mensen vertreden te worden.
Gij zijt het licht der
wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen
zijn.
Noch steekt men een kaars
aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij
schijnt allen, die in het huis zijn;
Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw
Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
Mattheüs 5 vers 13 t/m 16